« vorige bladzijde | » Algemene Info & Inschrijven |
» Afdeling Filosofie
» Download in pdf
» Algemeen schema 3-jarige cyclus
» Nieuw testament - handelingen en brieven (T1)
» Oud testament - Historische boeken en wetstradities (T2)
» Dogmatiek (T3)
» Sacramentenleer - het sacrament van het huwelijk (T4)
» Ecclesiologie (T5)
» Moraaltheologie (T6)
» Kerkgeschiedenis (T7)
» Liturgie (T8)
» Kerkelijk recht (T9)
» Spiritualiteit (T10)
» Fundamentele pastoraaltheologie (T11)
» Bijbels hebreeuws II (T12)
» Lesrooster
De cursus behandelt de Handelingen van de apostelen en de Brieven.
We zullen ons in deze cursus richten op de intrigerende figuur van Paulus, de jood uit Tarsus, farizeeër, christenvervolger. Hoe is deze man tot het inzicht gekomen dat Jezus wel degelijk de messias is van Israël? Hoe beschrijft hij zelf zijn proces van ommekeer? En hoe beschrijft Lucas dat in het boek Handelingen? En hoe is hij uiteindelijk de grote verkondiger onder de niet-joden geworden?
We zullen veel aandacht besteden aan de brieven van Paulus en op deze manier kennismaken met een geniaal mens, die tevens de oudste christelijke documenten op zijn naam heeft staan.
Wat in de cursus aan bod komt: de levensloop van Paulus, de ommekeer van Paulus,
Paulus en Jezus, Paulus en Lucas, de Paulusreizen volgens het boek Handelingen,
de 7 brieven van Paulus: theologische literatuur in context en de deuteropaulijnse literatuur.
Het eerste cursusdeel is een overzicht van het ontstaan van de boeken van het Oude Testament, specifiek van de Pentateuch. De wetenschappelijke inzichten daarover zijn recentelijk sterk ontwikkeld. Aansluitend daarbij volgt ook een overzicht van de diverse manieren om de Bijbel te lezen. De lezer krijgt leessleutels die zullen helpen om ook 'moeilijke' teksten te kunnen lezen (bvb. teksten over geweld).
Het tweede deel van de cursus is een exegese van de scheppingsverhalen van Genesis. Hoe zijn die verhalen ontstaan en wat is hun (blijvende) betekenis? Het derde cursusdeel is een narratieve lezing van het verhaal van Abraham.
In een vierde deel tenslotte wordt het verhaal van de uittocht en de intocht geanalyseerd. Meteen stellen zich zowel literaire als historische vragen: 'Hoe moeten we dit verhaal lezen? Wie was Mozes? Is er wel een uittocht geweest? Heeft Mozes de Tien Geboden ontvangen? Hoe kunnen we die Tien Geboden verstaan? Wat bedoelen we met de intocht?'
Christenen belijden hun geloof in God die 'Schepper van hemel en aarde' wordt genoemd.
Het eerste deel is één lange ontvouwing van deze zin uit het Credo. We starten met een studie van de verhouding tussen geloof en rede. We bespreken de eigenheid van elk van beide mensenlijke kenmodi en wijzen op hun noodzakelijk samenspel. Als historisch voorbeeld gaan we in op de zaak Galileo Galilei en we actualiseren met de huidige spanning tussen darwinisme, evolutieleer, Intelligent Design en christelijk scheppingsgeloof. Vervolgens bespreken we vrij uitgebreid de bijbelse scheppingsverhalen waaronder ook het scheppingsgeloof van het Nieuwe Testament. Ter afsluiting van dit eerste deel peilen we naar een actueel verstaan van het scheppingsgeloof.
Het tweede deel handelt over erfzonde en verlossing in Christus. We starten met een voorstelling van de klassieke erfzondeleer en haar bijbelse achtergronden. Vervolgens ontvouwen we de hoofdmomenten uit de geschiedenis van de erfzondeleer: Pelagius, Augustinus, het concilie van Carthago, de reformatie, het concilie van Trente. We ronden af met een reflectie over de actuele kracht van de erfzondeleer.
De cursus 'Schepping en verlossing' eindigt met een derde deel over 'heil en genade'. Vooreerst schetsen we 'schepping' als heil én heilsvraag. We gaan in tegen een aantal verengingen ter zake. De notie 'schepping uit liefde' komt aan bod. Verder gaan we uitvoerig in op de heilsbetekenis van Jezus' dood. Hij is de verlosser van de schepping. We ronden af met enkele beschouwingen over 'genade'.
Het sacrament van het huwelijk.
Het onverdiende geluk te mogen beminnen, bemind te worden en samen zorg te mogen dragen voor nieuw leven, heeft mensen steeds doen vermoeden dat hun liefde het louter menselijke overstijgt. Trouwe liefde en de geboorte van nieuw leven zijn voor christenen altijd ervaringen geweest die hen op het spoor brachten van God. In de kerk spreekt men over het sacrament van het huwelijk: in de menselijke levens- en liefdesgemeenschap tussen man en vrouw herkent de kerk Gods liefde. In de kracht van de heilige Geest wordt het huwelijksverbond een teken van Gods liefdevolle nabijheid. De kerk erkent het huwelijksverbond als een sacrament, als een heilig teken waarin Gods liefde concreet wordt. Het sacrament zuivert, bevestigt en stimuleert het waardevolle dat in elk menselijk huwelijk aanwezig is en verdiept het tot een teken van Gods liefde. In deze cursus bestuderen we het huwelijkssacrament in haar bijbelse, historische en theologische ontvouwing. We gaan ook in op enkele actuele vragen.
Het sacrament van de wijding.
De cursus sacrament van de wijding vangt aan met een stevige en uitgebreide studie van de groei van ambten en diensten vanuit het Nieuwe Testament. We gaan ook in op de oudste buitenschriftuurlijke teksten (o.a. Clemens en Ignatius).
In het historisch luik ontwikkelen we de geschiedenis van het ambt. We zien hoe de driedeling episkopos - presbuteros - diakonos zich doorzet, hoe de tendens tot sacerdotalisering opduikt, hoe absolute wijdingen verboden werden (Chalcedon), hoe het ambt gefeodaliseerd geraakt en ten prooi valt aan wereldlijke beslommeringen. We onderzoeken zowel de praktische leefsituatie van de priesters in de Middeleeuwen als de theologische reflectie bij o.a. Petrus Lombardus, Thomas van Aquino, Maarten Luther, Johannes Calvijn, Ulrich Zwingli en Philippus Melanchton. Dit stelt ons in staat uitgebreid in te gaan op het concilie van Trente en haar dogmatische en hervormingsbesluiten. Vaticanum II vormt het onderwerp van een derde, lang gedeelte. De besluiten van het concilie m.b.t. het ambt worden gelezen en uitvoerig besproken (Lumen gentium, Presbyterorum ordinis ...).
Bijzondere aandacht wordt daarbij besteed aan de verhouding tussen het gemeenschappelijk priesterschap van de gedoopten en het dienstpriesterschap van de gewijden die wezenlijk en niet louter gradueel verschillen (LG 10). De sacramentaliteit en collegialiteit van het episcopaat alsook het herstel van het diaconaat worden eveneens onder de loupe genomen.
Voor de periode na Vaticanum II bespreken we enkele krachtlijnen.
Tot slot eindigen we met enkele capita selecta zoals de vraag naar de vrouw in het ambt (Ordinatio sacerdotalis), het samenspel en onderscheid van gewijde en niet-gewijde bedieningen. We ronden af met een bespreking van de liturgie van de wijdingen en aanstellingen tot een kerkelijk ambt.
Op vandaag ligt de kerk nogal eens onder vuur om uiteenlopende redenen. Maar wat verstaan we eigenlijk onder 'kerk'? Het is op zijn minst een woord dat vele betekenissen heeft. In de ecclesiologie wordt de kerk als zodanig bestudeerd. Vragen die aan bod komen zijn o.a. wat is 'kerk'? Welke zijn haar fundamentele kentrekken? Wat is haar zending? Hoe is zij gestructureerd? Hoe verhoudt zij zich tot 'de wereld'? Hoe kunnen we kerk vormen in de huidige tijd?
We zoeken antwoorden op deze en andere vragen door in te gaan op de bijbelse wortels voor de kerk (vb. de vraag 'heeft Jezus de kerk gesticht?'), door de geschiedenis van het ecclesiologische denken te bestuderen en tenslotte door uitvoerig aandacht te besteden aan de kerkvisie van Vaticanum II. We bespreken de voornaamste beelden die gebruikt worden om de kerk te beschrijven (vb. kerk als volk Gods of kerk als gemeenschap). We bespreken de eenheid, katholiciteit, apostoliciteit en heiligheid van de kerk (Credo). De actualiteit geeft aan dat een gedegen ecclesiologische reflectie van groot belang is. Het wordt dan ook een boeiende zoektocht.
Basisboek: VAN VLIET C.T.M., Kerk met twee ogen. Een katholieke ecclesiologie, Kok, Kampen, 2001.
In het eerste semester concentreren we ons op de seksuele en familiale ethiek van de Kerk. We overlopen de geschiedenis van de moraaltheologie betreffende dit thema en bespreken de belangrijkste teksten over dit thema waaronder Gaudium et spes, Humanae vitae, Familiaris consortio, de verklaring van de Congregatie voor de Geloofsleer over enkele vraagstukken in verband met de seksuele ethiek, de verklaringen van de Belgische Bisschoppen betreffende dit thema.
In het tweede semester behandelen we enkele concrete, morele thema's: homoseksualiteit, pedofilie, de waardigheid en de roeping van de vrouw in Kerk en wereld (Mulieris dignitatem), zelfdoding, foltering en doodstraf, rechtvaardige oorlog en vrede, machtsmisbruik "in naam van God" (terrorisme), ethiek en politiek, ethiek en milieu, beroepsgeheim en biechtgeheim, vrijheid van spreken, mensenrechten.
De lessen bestaan uit hoorcolleges en werkcolleges, waarbij de studenten ook een aantal leesopdrachten krijgen in voorbereiding op de lessen.
In het vak kerkgeschiedenis wordt dit jaar het jongste tijdvak (de hedendaagse tijden) behandeld. Daarin werd de Kerk zowel geconfronteerd met het liberalisme en het totalitarisme, als met de sociale kwestie. Verder wordt ook aandacht besteed aan het eerste en het tweede Vaticaanse Concilie. Tenslotte komt ook de houding van de Belgische Kerk tegenover de Vlaamse beweging aan bod.
n deze cursus wordt de liturgie van de Eucharistie uitvoerig bestudeerd. Dit gebeurt vanuit een historische invalshoek maar ook en vooral met aandacht voor de Algemene Inleiding op het Romeinse Missaal. Er is ook bijzondere aandacht voor de pastorale gevolgen van de liturgievernieuwing na Vaticanum II. In een tweede deel staat het getijdengebed van de kerk centraal. Opnieuw vertrekken we van de geschiedenis van het kerkelijk officie om ruime aandacht te besteden aan het Getijdenboek zoals het na Vaticanum II vorm kreeg. Tenslotte gaat de aandacht uit naar de kerkelijke uitvaartliturgie, vroeger en nu.
De lessenreeks valt als het ware in twee grote delen uiteen.
Vooreerst is er het deel: algemene normen.
We bekijken nader het eigen statuut van kerkelijk recht. Daarbij hoort de geschiedenis van het kerkelijk recht.
Ten tweede is er het deel: huwelijksrecht.
Het huwelijksrecht is enerzijds belangrijk omdat het om een wezenlijk gebeuren gaat tussen twee gelovigen. De voorbereiding van het huwelijk is een kruispunt van pastoraal en canoniek recht. We bekijken o.a. de kerkrechterlijke vragen, die eventuele ongeoorloofde of zelfs ongeldigmakende beletsels kunnen inhouden. Het huwelijksrecht is anderzijds belangrijk omwille van het huwelijksprocesrecht. Het Officialaat onderzoekt bijna uitsluitend vragen betreffende het al dan niet geldig gesloten zijn van een huwelijk. Sinds 1983 zijn de rechtsgronden daartoe verruimd. We leren er het kerkelijk recht als een levende materie ontdekken.
In deze cursus wordt in een eerste deel de terminologie, het object en de definitie van de pastoraaltheologie omschreven.
In een tweede deel volgt een korte geschiedenis van de pastoraaltheologie en worden de verschillende modellen
(kerygmatisch, therapeutisch en hermeneutisch model) naar voor gebracht.
Tot slot worden in een derde deel ook de verschillende vormen van begeleiding onder de loep genomen.
Deze cursus dient als basis voor de toepassingen die gemaakt worden in de andere cursussen betreffende parochiepastoraal,
pastoraal in de ziekenzorg, pastoraal bij de jeugd, intergenerationele catechese en evangelisatie.
prof. Noël Bonte (code: T12)
Maandag van 17.45 tot 18.35 uur
Deze cursus veronderstelt dat men het eerste jaar gevolgd heeft. Als handboeken gebruiken we het leerboek
Introduction to Biblical Hebrew (van Thomas O. Lambdin) en de grammatica van het bijbels Hebreeuws (van J.P. Lettinga). Wekelijkse oefeningen helpen bij het aanleren.
De bedoeling is op het einde van het tweede jaar het boek Genesis vlot te kunnen lezen en vertalen.