De weg van de omvorming

In de geschiedenis van de Kerk en op velerlei wijzen zijn deze vragen die ons echt zorgen baren er altijd geweest : wat moeten we doen ? De mensen lijken ons niet nodig te hebben, alles wat we doen lijkt nutteloos.
Ik deel deze vragen met jullie. Ik ook, ik lijd eronder. Maar wij willen allemaal samen, enerzijds, lijden onder deze problemen en ze bovendien omvormen door ons lijden, omdat juist het lijden de weg is van de omvorming. Zonder lijden wordt niets omgevormd.
Dat is ook de betekenis van de parabel van het graan dat in de aarde valt : alleen in een pijnlijk transformatieproces komen er vruchten en komt er een opening naar een oplossing. (…)
Wij moeten de moeilijkheden van onze tijd ter harte nemen en ze omvormen door te lijden met Christus en door onszelf om te vormen. En in de mate wijzelf omgevormd zijn, kunnen we ook de aanwezigheid van het Rijk van God zien en het tonen aan anderen.
Benedictus XVI aan de priesters van het bisdom Aosta, 25 juli 2005

Een rijk netwerk van relaties

Het is binnen het mysterie van de Kerk, als mysterie van trinitaire gemeenschap met missionair elan, dat iedere christelijke identiteit zich openbaart en dus ook de specifieke identiteit van de priester en van diens dienstwerk. (...)
Zo kan men het wezenlijk 'relationele' karakter begrijpen van de identiteit van de priester.
Door middel van het priesterschap, dat ontspringt uit de diepte van het onuitsprekelijke mysterie (...), is de priester op sacramentele wijze opgenomen in de gemeenschap met de bisschopen de andere priesters, om het volk Gods, dat de Kerk is, te dienen en allen tot Christus te trekken, volgens het gebed van de Heer: "..., opdat zij één mogen zijn zoals Wij (...)". Men kan dus de natuur en de zending van het ambtelijk priesterschap alleen maar definiëren in dit veelvoudige en rijke netwerk van relaties, die ontspringen aan de allerheiligste Drie-eenheid en zich uitstrekken over de gemeenschap van de Kerk, die in Christus het teken en het instrument is van de vereniging met God en van de eenheid van heel het menselijk geslacht.
Johannes Paulus II - (Pastores dabo vobis, nr. 12)

Koninklijk priesterschap, ambtelijk priesterschap

Volhardend in gebed en samen God prijzend (vgl. Hand 2,42-47) dienen de leerlingen van Christus zichzelf als levend, heilig en God aangenaam slachtoffer aan te bieden (vgl. Rom 21,1), overal getuigenis van Hem af te leggen en aan wie erom vraagt de hoop te verklaren die in hen leeft op een eeuwig leven (vgl. 1 Pt 3,15).
Alhoewel het gemeenschappelijk priesterschap van de gelovigen en het ambtelijk of hiërarchisch priesterschap essentieel en niet slechts gradueel van elkaar verschillen, zijn zij toch met elkaar verbonden, omdat zij beide, elk op eigen manier, deelhebben aan het ene priesterschap van Christus.
Het ambtelijk priesterschap vormt en steunt het priesterlijk volk met de gewijde macht waarmee het is bekleed. Het volbrengt het eucharistisch offer in de plaats van Christus en biedt het God aan uit naam van heel het volk. De gelovigen dragen uit kracht van hun koninklijk priesterschap bij aan het aanbieden van de Eucharistie en oefenen hun priesterschap uit door de sacramenten te ontvangen, door gebed en dankzegging, door het getuigenis van een heilig leven, door zelfverloochening en daadwerkelijke liefde.
Tweede Vaticaans Concilie - Lumen Gentium