De priester

Mijn handen ontvingen de zegen
en dragen de zegen uit
over de tienduizend dingen
over de duizenden duizenden wezens
in wie de gist van de geest
reeds de aarde doorzindert.

Mijn vlees ontving de zalving
van mij uit brandt voortaan
het vuur van de olie
op de wereld af
en doorstraalt met de trillingen
van de oorsprong.

Als ik mijn handen hef
doorgloei ik de wereld
met de pulp van de zon
zet ik haar om
in een zinderend veld
van bezieling.

(Erik Van Ruysbeek)